Border Sessions
Verslag bezoek Border Sessions, International Festival on Technology & Society in Den Haag 11 november 2015

20 nov 2016 | blog, ontwerp

Het is nog donker als Marguerithe en ik aankomen bij Border Sessions, het International Festival on Technology & Society. Het is de eerste keer dat ik dit festival bezoek en we starten al om 8 uur ’s ochtends. Het beloofd een volle dag te worden met 9 sessies waarin we technologie in zijn volle breedte mogen verkennen. Ik ben benieuwd.

De dag start wat rommelig en de eerste sessie begint te laat. Dat geeft ons de gelegenheid om rond te kijken en wat kennis te maken met andere gasten. Het is een heel ander publiek dat op bijvoorbeeld een M&O congres. Er zijn hier veel jonge mensen, mensen vanuit ontwikkelingswerk en startende ondernemers. Dan pakt iemand op het podium te microfoon en start de openingssessie alsnog.

Ulrich Mans van het Centre for Innovation for Humanity leert ons dat ‘big data’ niet alleen commercieel en in het kader van terrorisme bestrijding gebruikt kunnen worden. Hij bepleit gebruik van data voor het goede doel en de mensheid. Hij heeft mooie voorbeelden over hoe middels het aantal gekochte belminuten de voedselsituaties per regio gemonitord kan worden en hoe een sms service sociale onrust tijdens verkiezingen kan voorkomen. Zijn boodschap is drieledig: dat data veel beter benut kan worden voor ontwikkelingswerk, dat heel snel resultaat te creëren is door mensen met verstand van data-mining, programmeren en ontwikkelingshulp bij elkaar te zetten en dat er ontiegelijk veel kan maar het alleen zin heeft iemand zich verantwoordelijk voelt. Het doet me goed om een positief verhaal te horen over big data!

De tweede sessie, met de intrigerende titel ‘the amazing story on how we moved our brains to our pockets, ‘wordt verzorgd door Jan Bats. Jan werkt op de Haagse Hogeschool en onderzoekt de relatie tussen mensen en hun materiele en virtuele wereld. Hij onderscheidt het vergaren van kennis via kennissen, via de materiële wereld (boeken) en via de virtuele wereld (surfen). Hij stelt dat virtueel opgezochte kennis sneller leidt tot meningen en minder metakennis oplevert. Kortom – we vinden wel wat maar weten niet waarop we dat baseren. Best verontrustend eigenlijk….

De derde sessie is een workshop. Hier buigen we ons over het herontwerp van een console waarmee een meervoudig gehandicapte kan communiceren met zijn verzorgers en andere mensen. Opgezet als een rollenspel waarin we co-creërend ontwerpen, ondervinden we aan den lijve hoe lastig privacy vraagstukken voor deze kwetsbare groep te tackelen zijn. Naast de technische mogelijkheden en risico’s zitten er ook veel procesmatige kanten aan – want hoe kan de gehandicapte met zijn verzorger afspraken maken over zijn privacy? Een mooi voorbeeld van het samengaan van productontwerp inclusief het gebruiksprocesontwerp in een interactief ontwerpprocesontwerp. De vele lagen van het ontwerpproces komen tevoorschijn en het specifieke onderwerp maakt ook de ethische kant extra zichtbaar.

In de laatste sessie voor de lunch neemt Melle Smets ons mee in het maakbaarheidsgeloof achter de steden als Lelystad en Louvain la Neuve. Intrigerend te zien hoeveel gedachten er achter het ontwerp van die steden zitten. Als een archeoloog van het modernisme laat Smets zien dat we de materiële werkelijkheid kunnen vormgeven, en dat die ook nog steeds de kern van die steden definieert. Tegelijkertijd is ook duidelijk dat delen van de steden ook heel anders hebben uitgepakt dan verwacht, verder zijn doorontwikkeld, zijn vervormd of anders worden gebruikt. Het laat zowel de maakbaarheid als de onmaakbaarheid van onze wereld zien.

Na een korte lunch gaan we naar de tweede sessie over de stad. De delftse Karel Mulder houdt een pleidooi voor het meervoudig benutten van bestaande infrastructuren. Als voorbeeld noemt hij het gebruiken van het rioleringsstelsel voor groenafval. Volgens hem wordt de stad efficiënter en weerbaarder als er een soort van metabolisme van integrerende infrastructuren ontstaat. Aan de ene kant kan ik ma dat goed voorstellen, het wordt ook rustiger. Maar aan de andere kant maakt de verknooptheid het ook kwetsbaarder lijkt me. Ben er niet helemaal uit wat ik vind van die stapeling van functies.

De thema’s lijken zich af te gaan tekenen als civil rights activist Hayes in de volgende lezing ingaat op de negatieve kanten van het gebruik van big data. Hij stelt dat sinds de grote sociale bewegingen in het Midden Oosten en Noord Afrika, veel regeringen sterk inzetten op het voorspellen van sociale onrust door het controleren van social media. Hij waarschuwt dat hiermee tegelijkertijd ook positief sociaal activisme en sociale vernieuwing onder druk komen te staan. Want wie beslist wat wel of niet mag?!?

De beschouwende historische blik op Technology van de Londense professor David Edgerton komt daarmee als geroepen. Als geschiedkundige constateert hij dat Technologie meestal gedefinieerd wordt als datgene dat wat een significante invloed gaat uitoefenen. Informatie en Communicatie Technologie wordt als de kenmerkende technologie van deze tijd gezien. Edgerton relativeert de invloed ervan in deze tijd zelf – want zoals de tweede wereldoorlog weliswaar met tanks werd gevochten was het aantal paarden onnoemelijk veel groter. Ook laat hij zien dat de voorspelde ondergang van massafabricage, of boeken nu nog niet spelen gezien de mobiele telefoons met miljoenen uit fabrieken van 400.000 medewerkers komen en er nooit eerder zoveel boeken zijn gedrukt als in deze tijd. De kenmerkende technologie van deze tijd is ICT. Tegelijk vergeten we dat de oude technologie nog enorm dominant is. Dus de impact van ICT is er en zal waarschijnlijk groeien, maar zo idioot snel gaat het nou ook weer niet.

De volgende spreker, Kris de Decker, houdt aansluitend een pleidooi voor low tech cities. Hij stelt dat de enorme energie-afhankelijkheid van ons leven in steden te kwetsbaar is geworden. In zijn verhaal komen impliciet veel punten van vandaag samen: hoe de stapeling van extra functionaliteiten steeds meer energie vraagt, hoe dat de infrastructuren van de steden enorm kwetsbaar maakt, dat er ook nog veel ‘oude’ bruikbare technologie is en de ultieme ethische vraag of we willen kiezen voor de leefcondities van 1 op de 7 mensen of die van alle mensen.

De laatste Ted Talk achtige sessie die we bijwonen wordt verzorgd door de Rotterdamse hoofddocent Auge. Hij stelt dat Science Fiction niet gaat over het voorspellen maat over het voorstellen van de toekomst. Grappig hoe die ene letter verschil een heel andere set betekenissen blootlegt. Door de p te vervangen door een t gaat het ineens over het vermogen je een beeld te vormen van de toekomst en komt naar voren dat dat beeld tegelijkertijd een propositie is van wat zou kunnen zijn. Mooi! Auge is verontrust over het opvallend weinig aantal science fiction schrijvers in Nederland. Want – als je je zelf de toekomst niet voorstelt en zelf niet de ‘wat als…?’ vraag stelt – dan geeft een ander jouw antwoord! Grappig hoe dat lijkt op mijn eigen stelling dat het voorstellen van mogelijke toekomstige organisaties je grip geeft op de ontwikkeling van de organisatie. Het voorstellende en daarmee me vormgevende van de toekomst is niet voorbehouden aan science fiction schrijvers, dat doen ontwerpers ook!

Met een enorm vol hoofd lopen Marguerithe en ik weer naar buiten. Het is al weer donker – geen daglicht gezien vandaag. Maar, het was wel interessant! We nemen ons voor om hier ook wat over te gaan schrijven – om onze gedachten te ordenen en te reflecteren op wat dit nu voor ons betekent. Dat eerste heb ik nu gedaan, het tweede vraagt om een vervolgverhaal. Dat komt.