Design, Technology en Organisatieontwerp

Geleerde lessen uit eerdere bezoeken aan de Dutch Design Week en het technologie festival Border Sessions (zie eerdere blogs).

10 dec 2015 | blog, ontwerp

In oktober bezocht ik de Dutch Design Week in Eindhoven (zie blog The power of imagination) en in november het technologie festival Border Sessions (zie blog Border Sessions). Naast dat het leuke uitjes zijn, haal ik ook altijd inspiratie uit dit soort bezoeken. Ze laten me op een andere manier weer even nadenken over mijn eigen vak. Helaas vervliegen de inzichten ook altijd weer snel. Door ze nu uit te schrijven wil ik mijn denkproces wat meer ordenen en mijn geleerde lessen beter vasthouden.

Door mijn oogharen terugkijkend zie ik nieuwe productiemethoden (wo 3D printen) en de invloed van ICT (wo big data) als belangrijk element in de bijeenkomsten. Mijn eerste gedachte is dat ik, voornamelijk actief zijnde in professionele organisaties, daar weinig mee te maken heb. Ik adviseer voornamelijk professioneel organisaties en dat werk kenmerkt zich door de heuristiek ipv het algoritme. Kenmerkt zich door de handelingsruimte, de discretionaire bevoegdheid, het uniek-situationele of hoe we het specifieke van het professionele handelen maar willen noemen. Dat blijft natuurlijk gewoon doorgaan – schiet door me heen als een geruststellende gedachte in de lijn van Edgerton (zie blog Border Sessions).

Maar goed – zo denken levert niets nieuws op – dus ik probeer mezelf wat verder te stretchen. Wat kan een professionele organisatie met meer data? Wat ik nu vaak zie is dat organisaties hun eigen data niet goed op orde hebben. Gegevens over hoeveel van welk soort diensten, bij welke klanten(groepen) ze verlenen, is vaak moeilijk uit de systemen te halen. Daarmee zijn organisatie ontwerpen vaak gebouwd op allerlei aannames. Ah – dus daar zou data mining wellicht ook best veel betekenen! Wat verder vaak veel beter kan, is de verbinding van het professionele handelen aan kennisproductie. Daartoe moet de tacit knowledge verder worden geëxpliciteerd zodat patronen zichtbaar kunnen worden. In organisatorisch termen hebben we het dan over het sluiten van de regelkring. Ofwel meer evidence ontwikkelen en meer evidence based gaan werken. Dat zou ik een superleuke opdracht vinden!

Ik realiseer me dat de uiteindes van ‘uniek, lokaal, professioneel, dienstverlening’ tegenover ‘generiek, globaal, gestandaardiseerd, productie’ naar elkaar toe groeien. De professionele dienstverlening kan steeds meer expliciteren wat en waarom ze doet en raakt zo haar mythische lading kwijt. De gestandaardiseerde producten kunnen steeds meer gepersonaliseerd worden en krijgen een groter dienstverlenende component waarin keuzes gemaakt moeten worden. Vanuit data denken maakt mijn afbakening van werkveld als professionele organisaties dus wat kortzichtig. Dat is wel iets om in de gaten te houden!

Een tweede punt dat mij goed is bijgebleven is het ‘voorstellen van de toekomst’ en de noties van maakbaarheid en onmaakbaarheid. Kern daarbij is voor mij dat wij mensen onze organisaties maken, wat betekent dat ik de organisatie zelf niet kan maken, maar wel kan beïnvloeden. Je kan jezelf buiten spel zetten of je kan meespelen – en dan heb ik toch de voorkeur voor het laatste. Voor mij sluit dat aan bij de groeiende beweging van co-creatie, samen, betekenisgevend en ontwerpend nemen van de verantwoordelijkheid voor de toekomst.

Mooie aanvullingen hierop waren het inzicht dat de nieuwe technologie nieuwe correlaties en dus ontwerplogica met zich mee kan brengen (voorbeeld van relatie metakennis met wijze van kennisverwerving). Dus ook in mijn eigen professie moet ik heel alert blijven, goed blijven kijken of de veronderstelde effecten van het ontwerp realiteit worden, andere effecten onderkennen en onderzoeken op hun werkzame mechanismen et cetera. Mijn eigen kennisregelkring gaande houden!

Een laatste mooie aanvulling was de ethische dimensie. Ik bepleit vaak dat de organisatie inrichting moet passen bij de omgeving en haar stakeholders. Dat blijft ook zo maar wordt (opnieuw – want ik wist het natuurlijk al – soms moet een kwartje vaker vallen) aangevuld met de wederkerigheid van die relatie. Je kan als organisatie ook een beweging in de omgeving in gang zetten door een geheel eigenstandige positie in te nemen. Ik moet denken aan Buurtzorg die toch een transformatie in de hele sector (mede) heeft veroorzaakt. Daar ligt toch ook de verantwoordelijkheid van de organisatie ontwerper. En dus van mij!

Bovenstaande nog eens doorlezend zie ik een aantal mooie reflecties over mijn eigen vak. Nog wat filosofisch en hoog-over – maar wel betekenisvol. Dat schrijven helpt me – en maakt het mogelijk om er nog eens op terug te pakken. Dus wellicht komt er weer een vervolg.