Positionering als organisatieontwerper
Gedachteuitwisseling over het ontwerpen vanuit een lijn- of adviseurs-, vaste – of tijdelijke positie

9 juli 2015 I blog, ontwerp, professie

Het is een heerlijke donderdagochtend in juli. De vakantierust is al goed merkbaar en ik neem de tijd om vanochtend met mijn vaste groepje con-collega- organisatieontwerpers te reflecteren op en te leren van onze opdrachten. We hebben afgesproken in de Huiskamer bij station Den Haag Centraal. Onder genot van kopjes thee, koffie en cappuccino staan we vandaag onder andere stil bij de rol en positionering van onszelf als organisatieontwerper.

Al terugkijkende op ons werk van afgelopen jaar komen we op een grove tweedeling: een verantwoordelijke positie in de lijn en een positie in de steunstructuur. De verantwoordelijke positie heeft namen als manager, directeur, programmaregisseur, projectleider en kwartiermaker. Zij hebben een positie in de top van het organisatieonderdeel en zin eindverantwoordelijk voor de organisatieverandering. Zij moeten zowel het veranderkundige proces inrichten als de inhoudelijke organisatiekundige ontwerpkeuzes maken over de inrichting van de organisatie. De positie in de steunstructuur heeft minder duidelijke labels. Nette, maar ook weinig zeggende namen voor die rollen zijn adviseur, organisatiecoach, sparringpartner. Woorden als verhalenmaker, vliegende keep, spiegel ,expert, advocaat van de duivel, geweten zeggen al veel meer over de rol die vervuld wordt. Zij steunen de lijn in het voorbereiden en maken van de inhoudelijke organisatiekundige keuzes. Daarnaast kunnen zij natuurlijk ook een rol vervullen in het veranderkundige proces. In ons groepje zitten zowel mensen in lijnposities, interne en externe adviseurs.

Ons werk vergelijkend lijkt het erop dat elk van ons elke rol wel eens vervuld. De adviseur die wordt ingehuurd als interimmer of project of programmamanager heeft een verantwoordelijke positie. Vanuit de eigen plek in de organisatie heeft ook een staf en lijnfunctionaris vaak een steunende rol naar collega’s. Belangrijk in elke positie is de toegang tot de gehele organisatie, van de vloer tot de top. Je kan geen ontwerpkeuzes maken zonder dat je goed zicht hebt op de bestaande structuren, processen en patronen en de achterliggende, unieke, contextuele ontwerpprincipes. Toegang is als externe geen vanzelfsprekendheid, maar ook als interne heb je niet altijd de (culturele) vrijheid om overal op af te stappen.

Hierop doorredenerend en kijkend naar onze actuele ontwerpvraagstukken laat ons zien dat je verschillende schaalniveaus van ontwerpvraagstukken hebt. We maken een tweede indeling van ontwerpersrollen die we metaforisch maar even de landschapsarchitect, de stedenbouwkundige, de architect, binnenhuisarchitect en (consumenten)productontwerper noemen. Ons groepje ziet zichzelf als organisatieontwerper vooral als architect en binnenhuisarchitect. Daarbij tekenen we meteen aan dat we alleen maar goed kunnen ontwerpen door in onze redeneringen zowel het stedenbouwkundige (relatie met omgeving: stakeholders en netwerken) en productniveau (bijv een los systeem, werkproces oid) mee te nemen. De combinatie van zicht hebben op en schaal verklaart daarmee ook dat grotere organisaties ook een tijdsintensievere betrokkenheid van de ontwerper vragen.

Dit zo achteraf nog eens uitwerkend realiseer ik me dat we toch een mooi groepje hebben samengesteld. De intuïtieve samenstelling van de verschillende vaste en tijdelijke, lijn en adviseursposities heeft hier weer zijn waarde bewezen. Evenals de grote diversiteit aan organisaties en ontwerpen. Fijn is dat!